artikel

Hoogleraar waarschuwt voor markthalmania

Foodconcepten

Gert-Jan Hospers signaleert een hype rond foodhallen. Markthalmania, noemt hij het. De hoogleraar citymarketing denkt dat Nederland helemaal niet zit te wachten op zoveel versmarkten. In veel middelgrote steden laait de discussie op nu de V&D-panden leegstaan.

Hoogleraar waarschuwt voor markthalmania

Geograaf Gert-Jan Hospers merkt dat in veel steden initiatieven van de grond komen om een versmarkt of foodhal te beginnen. Plekken waar retail en horeca worden gecombineerd; het zogeheten blurring.‘Letterlijk van Alphen tot Zwolle. Overal waar ik kom en waar nu V&D-panden leegstaan of andere panden vrijkomen, hoor je die geluiden. Ik ben daar sceptisch over’, aldus de hoogleraar. Er is veel enthousiasme, maar een gedegen businesscase wordt nog wel eens over het hoofd gezien, meent hij.

Beleving
Gert-Jan Hospers denkt dat we elkaar aan het napraten zijn. Het idee dat de consument veel beleving wil tijdens het doen van boodschappen, wordt volgens hem groter gemaakt dan dat het in werkelijkheid is. ‘Iedereen heeft het over beleving, maar ik houd eerder een pleidooi voor gemak en comfort. Dat is wél waarnaar we op zoek zijn. Waarom doen de Spar City Stores het in de binnensteden zo goed? Omdat het gemak biedt. Op strategische plekken in de stad, locaties waar veel traffic is, is hier slim in geïnvesteerd. Onderweg naar huis en on the go, zijn dit stabiele publiekstrekkers. Er is in deze drukke tijden, waarin iedereen haast heeft, helemaal geen tijd voor een zoektocht naar beleving.’

© Fotopersburo Bert Jansen

© Fotopersburo Bert Jansen

Van Heinde
Hospers heeft recht van spreken. In november 2015, nog voor de opening van versmarkt Van Heinde in Den Bosch die na een paar maanden alweer noodgedwongen moet sluiten, plaatste hij al kanttekeningen bij het concept. In een column voor de Twentsche Courant. In de Tubantia schreef hij: ‘Steeds meer steden in ons land menen dat ze het voorbeeld van Rotterdam moeten volgen. Binnenkort opent die in Den Bosch de deuren. Ook in andere steden zijn ondernemers bezig met concepten die moeten leiden tot overdekte foodbelevingsparadijzen. Maar hoeveel markthallen kan ons land eigenlijk aan? Moet er echt overal eentje komen? Volgens mij is de markt voor markthallen beperkt. We moeten oppassen ons niet te laten verblinden door het Rotterdamse verhaal. Kleinere steden missen simpelweg de aantrekkingskracht’, aldus Hospers toen. Het is inmiddels bekend dat op de locatie van versmarkt Van Heinde Emté een beleefsupermarkt gaat openen. Tegenover Foodmagazine laat de 41-jarige Enschedeër weten dat er wat te leren valt van het debacle in Den Bosch en óók dat veel steden verblind zijn geraakt door Rotterdam. ‘De Markthal daar heeft wat losgemaakt. Vergeet niet dat velen die hal vooral bezoeken omdat het een iconisch gebouw is. Rotterdam heeft een naam hoog te houden als het gaat om architectuur, en dat wordt vaak vergeten. Het is niet te vergelijken met een gemiddelde andere stad. Zelfs nu nog, anderhalf jaar na de opening, zie je in de Rotterdamse Markthal meer toeristen met camera’s dan klanten met boodschappentassen.’

V&D
Terugkijkend op de ontwikkelingen bij Van Heinde heeft hij het gelijk aan zijn zijde gekregen wat betreft het mislukken van het Brabantse project. Hij trekt met de teloorgang van Van Heinde zelfs parallellen met het einde van V&D. ‘Je moet tegenwoordig óf de bovenkant van de markt bedienen en dus helemaal top zijn, óf juist helemaal gericht zijn op de onderkant, kijk naar het succes van Action en een discounter als Lidl. Er wordt te veel in V&D-concepten gedacht. Daarmee bedoel ik dat je van alles wat en van alles tegelijk wilt. Dat werkt anno 2016 niet meer’, laat hij weten. Dat risico van ‘vlees noch vis’ ziet hij ook als gevaar bij de blurring-trend: nieuwe combinaties tussen retail en horeca. Hospers: ‘Natuurlijk is het leuk om tijdens het winkelen in hetzelfde pand ook een kopje koffie te drinken of een broodje te eten. In feite doen de grotere warenhuizen al jaren aan blurring – en we hebben bij de V&D gezien hoe de consument daarop reageert. Ik hoor telkens dezelfde succesverhalen, zoals Boekhandel Waanders In de Broeren in Zwolle, waar naast boeken bijvoorbeeld ook wijnen worden verkocht en geschonken. Maar gaat dat overal werken? Stel dat veel ondernemers het gaan proberen, dan is het niet bijzonder meer. Branchevervaging wordt dan brancheverwarring. De plaatselijke horeca heeft het nakijken, omdat ze omzet misloopt.’ In de binnenstad of het dorpscentrum naar elkaar doorverwijzen, vindt Hospers een beter idee, al was het maar omdat retailers en horeca-ondernemers zich dan kunnen blijven richten op waar ze goed in zijn. ‘Schoenmaker, blijf bij je leest.


Wanneer er te veel versmarkten opduiken, doet volgens Hospers ‘de klassieke wet van de aardbeienjam’ opgeld:‘Hoe meer je uitsmeert, hoe dunner het wordt


Blurring gaat er impliciet van uit dat iedere retailer meteen ook een goede gastheer is. Horeca is toch echt een ander vak, dat doe je er niet zomaar even bij, nog afgezien van de wet- en regelgeving. Het risico van amateurisme en gebrek aan hygiëne ligt op de loer. Ik geloof meer in onderlinge afstemming en samenwerking tussen gevestigde retailers en horecabedrijven. Daar heeft uiteindelijk het hele winkelgebied wat aan.’ Ondanks zijn bedenkingen hoort Hospers, die veel steden en dorpen adviseert over het aantrekkelijk maken van hun winkelcentra, de laatste maanden om zich heen dat het wegvallen van V&D de discussie over de toekomst van markthallen alleen maar verder aanwakkert. Hospers ziet op zich best wat in het marktidee, maar houdt eerder een pleidooi voor de warenmarkt. ‘Laten we die vooral met z’n allen upgraden. Waarom moet er per se een dak op? Gemeenten die wat met food willen, kunnen beter inzetten op de revival van de traditionele warenmarkt. In de binnenstad is dat van oudsher dé plek om verse producten van goede kwaliteit te kopen. Bovendien ondervinden veel steden weerstand van marktkooplui bij de ontwikkeling van versmarkten.’

(C) Roel Dijkstra

(C) Roel Dijkstra

Aardbeienjam
Wanneer er te veel versmarkten opduiken, doet volgens Hospers ‘de klassieke wet van de aardbeienjam’ ook nog eens opgeld. ‘Hoe meer je uitsmeert, hoe dunner het wordt. Er is in dit land al zoveel retail en zoveel horeca. Pas op met het vermengen ervan. Zeker in middelgrote steden is er domweg geen markt voor.’ Foodmarkten die niet op zichzelf staan, maar waar een supermarktketen achter staat, hebben volgens Hospers meer kans van slagen. ‘Landelijke ketens als Jumbo en Emté hebben vlees op de botten en zijn een stuk professioneler dan goedwillende lokale ondernemers die een markthal willen vullen. Dan kun je de combinatie van retail en horeca een hele tijd uitproberen. Voor de klant is het bovendien duidelijk dat het een supermarktomgeving is waar alles gekocht kan worden.’ Onduidelijkheid bij de consument is dodelijk volgens hem. ‘Wanneer een klant niet weet of hij in een supermarkt of in een vers-markt is terechtgekomen, twijfelt hij en komt hij niet meer terug. De consument haat verwarring en stemt met z’n voeten.’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels