artikel

Cateraar Hutten: ‘De kernvraag? Hoe zorgt de super voor mij?’

Consument

Cateraar Bob Hutten wil met de Verspillingsfabriek een vaste plek veroveren in het supermarktschap. ‘Voedsel gaat om maatschappelijke relevantie, rendement is een randvoorwaarde’, aldus de cateraar die de wereld iets beter wil maken.

Cateraar Hutten: ‘De kernvraag? Hoe zorgt de super voor mij?’

Hutten is één van de sprekers tijdens het foodvisie event. Binnenkort komt Hutten met ‘Barstensvol’, verse sauzen en soepen op basis van reststromen. Bob Hutten vormt een duo met Corien Poederbach, oud-eigenaar van vleesfabriek Diviande: ‘Die heb ik verkocht, ik wil nu nog een laatste kunstje doen.’ Beiden willen de supermarktwereld openbreken met ‘verspilde’ producten met die iets extra bieden: ‘De supermarkt denkt in de goedkoopste, niet in meerwaarde.’
Ze staan aan de vooravond van de lancering van ‘Barstensvol’, een assortiment sauzen, soepen en stoofvlees op basis van reststromen. Directeur Corien Poederbach loopt door het enorme complex waar De Verspillingsfabriek onderdeel van uitmaakt, een voormalig distributiecentrum van DHL in Veghel met tienduizenden vierkante meters, waar naast De Verspillingsfabriek ook nog andere ‘bewuste’ en ‘verantwoorde’ foodbedrijven moeten gaan produceren. Het complex heet toepasselijk 360, omdat het de kringloop wil sluiten. Poederbach: ‘De introductie van Barstensvol is, naast recepturen ontwikkelen en grondstoffen inkopen ook veel papierwerk, GS1, kwaliteitswaarborg, noem maar op. Vanuit de markt is er wel al heel veel interesse.’ Barstensvol heeft volgens Hutten en Poederbach duidelijk potentie. Het is eigenlijk een 2.0-versie van Overlekker, de producten op basis van reststromen tomaten die Hutten Catering maakte voor Plus. Plus wil overigens ook met die range verder en is zich aan het herbezinnen. Barstensvol wordt het merk voor de andere supermarktformules. Poederbach: ‘Het product zit ook letterlijk barstensvol. Omdat we met relatief goedkope reststromen werken, kunnen we veel meer product in het sauzen en soepen verwerken.’
De Verspillingsfabriek (4)Even later is er een lunch met cateraar Bob Hutten en Corien Poederbach, directeur van de Verspillingsfabriek. Poederbach heeft een verleden bij Unilever Bestfoods, kent de cateringwereld vanuit Compass en Albron en leidde tot voor kort uxe diepvriesvleesbedrijf Diviande. Ze wil nu nog ‘een laatste kunstje doen’. Hutten spreekt over zijn bedrijf Hutten Catering als een bedrijf dat maatschappelijk relevant wil zijn. Hutten Catering levert aan 180 locaties als cateraar en Bob Hutten is daarbij een eigenzinnig ondernemer. ‘Rendement is voor ons een randvoorwaarde voor verantwoord ondernemen.’


‘Je moet je klant goed informeren. Als supermarkt moet je daarin keuzes maken. Dat gaat heel ver. Ik wil eigenlijk worden bediend op wat goed is voor mij, voor mijn DNA. Welke supermarkt helpt mij integraal? Als supermarkten meer langs die lijn denken, dan ligt een groot aantal producten niet in de schappen en verandert er echt iets in hun houding.


Zowel Bob Hutten als Corien Poederbach zijn genuanceerd in hun mening over de supermarktwereld, maar ze hebben ook kritiek. ‘Ja, supermarkten hebben een geweldige job gedaan. Ze hebben voedsel toegankelijk gemaakt en bereikbaar. Maar ze torsen een verleden mee: supermarkten en de grootschalige landbouw in Nederland komen voort uit het trauma van de hongerwinter in 1944-45. De voedselvoorziening moest gegarandeerd en veilig zijn. Nooit meer honger. Dat hebben ze inderdaad fantastisch gedaan’. Direct daarop wordt er een kritische noot gekraakt. Het systeem slaat door: ‘Het gaat om goedkoopte en kosten. Innovatie en gezondheid krijgen niet de ruimte. die ze verdienen.’

Jumbo kwam met de Foodmarkt, Hoogvliet heeft een versmarkt, AH is in Eindhoven met een pilot bezig. Hoezo geen innovatie bij supermarkten?
Bob Hutten: ‘De Foodmarkt een innovatie? Foodmarkten zijn al 500 jaar op de wereld. Daar is niks nieuws aan. Ik ben niet onder de indruk van het innovatieve vermogen van supermarkten de laatste 10 jaar. Misschien is het hun rol ook niet, maar dan zouden ze goede producten een kans moeten geven deze rol in te vullen. Echte innovaties krijgen niet de ruimte, te snel wordt er gekeken naar winst. Een product krijgt niet de tijd om op het schap te rijpen.’

Hoe moet de super dan innoveren?
Hutten: ‘Echte innovatie ligt op een ander vlak. Supermarkten gaan over voedsel. Dat is essentieel voor een mens. Ze zouden daarbij moeten denken. ‘Wie ben je als formule voor mij?’ of ‘Hoe zorg je voor mij?’ Die keuzes maken de winkels veel te weinig. Het gaat te vaak om prijs en aanbiedingen. AH zou de formule kunnen zijn die mij helpt met ‘vitaliteit’, dat ik gezond blijf, voordat ik ziek ben. Preventief. Daar is heel veel te winnen. Voedsel is cruciaal als preventief ‘medicijn’, de wetenschap
begint dat nu pas te ontdekken.’

Verspillingsfsabriek (5)_uitsnede Bob Hutten maken-rechtsonder_voorpaginaEr is beweging. Snoepkassa’s staan ter discussie. Er is ‘goed’ snoep.
Hutten: ‘Supermarkten hebben wel ‘goed snoep’ in de schappen, maar het blijft snoep. Waarom niet de goede en gezonde producten op de beste plekken zetten?’

Hutten zegt dat hij nergens het gevoel krijgt dat de supermarkt er voor hem wil zijn. ‘Dat ze echt op mij inspelen’. Hij wijst op frisdrank, dat is te koop voor €0,90 per fles. ‘Vol kleurstoffen. Het is rotzooi.’

De supermarkt zegt: ik ben er voor iedereen. Klanten kiezen zelf tussen ‘gezond’ en ‘ongezond’.
Hutten: ‘Je moet je klant goed informeren. Als supermarkt moet je daarin keuzes maken. Dat gaat heel ver. Ik wil eigenlijk worden bediend op wat goed is voor mij, voor mijn DNA. Welke supermarkt helpt mij integraal? Als supermarkten meer langs die lijn denken, dan ligt een groot aantal producten niet in de schappen en verandert er echt iets in hun houding. Dan legt een supermarkt echt goede spullen in de schappen en gaat daar ook over communiceren. Dan is deze meteen ook onderscheidend. Overigens zit dat denken niet alleen bij de supermarkt. Het zit in de hele keten. De boer denkt ook dat hij nog 100 varkens meer moet om kostleider te blijven. Hij is niet bezig met het meest gezonde en duurzame varken, met het beste varken voor mij.’


We krijgen bijvoorbeeld de kopjes en kontjes van de tomaten die op de hamburgers van McDonald’s liggen. Dat is onze grondstof.’


De Verspillingsfabriek is ooit begonnen als een project waarbij tomaten op datum van Plus naar Hutten Catering gingen. Die maakte er Overlekker soepen en sauzen van. Nu de fabriek staat, willen Hutten en Poederbach het merk Barstensvol in de markt zetten. Barstensvol is een assortiment dat landelijke distributie moet krijgen. De range is volop in ontwikkeling en op dit moment produceert De Verspillingsfabriek alleen nog voor Hutten Catering zelf. Hutten en Poederbach: ‘Het is een begin. We willen opschalen en daarmee een bijdrage aan het milieu leveren.’

Dat is minder makkelijk dan het lijkt. U begon met Plus en moest tomaten bijkopen om Overlekker te kunnen blijven produceren.
Hutten: ‘We hebben de reststromen geanalyseerd. Om tomaten tegen de datum vanuit de supermarkten te herverwerken, heb je 1000 procent ondersteuning nodig. Dat is niet
altijd haalbaar. Niet iedereen ziet het belang ook altijd, omdat supermarkten denken dat hun derving rond de 1,7 procent ligt. Maar ze zien het verkeerd. Het is geen goede analyse, het probleem is veel groter en derving ligt veel hoger. Je moet verder kijken. Supermarkten en foodservicebedrijven veroorzaken derving eerder in de keten, bij toeleveranciers, verwerkers en boeren. Doordat we bij verwerkers en boeren reststromen
afvangen, kunnen we efficiënt werken. We krijgen bijvoorbeeld de kopjes en kontjes van de tomaten die op de hamburgers van McDonald’s liggen. Dat is onze grondstof.’

Barstensvol van de Verspillingsfabriek (1)Wanneer komt Barstensvol op de schappen?
Corien Poederbach: ‘We zijn volop bezig. We willen verspilling tegengaan én een gezond product afleveren. Dan zit je al snel in het versassortiment en dan ligt de lat meteen hoger, want je houdbaarheidsdatum is bewust heel veel korter. Wij leveren Barstenvol ook nog in een vrij onbekende productcategorie: verse soepen en sauzen. Ook dat maakt het niet makkelijk voor deze productgroep. Klanten kennen soep uit blik of in stazakken, maar zijn minder bekend met soep uit de koeling. Daar ligt dus nog heel veel werk voor ons én voor de supermarkt.’

Reageer op dit artikel