blog

Beter Leven keurmerk; duurzaam, milieu- of diervriendelijk?

Blog

Ongeveer 95% van de Nederlanders eet dagelijkse vlees. Hierbij wordt het merendeel verkregen vanuit de intensieve landbouw. Weliswaar is er sprake van een afname van de vleesconsumptie (ook wereldwijd), maar de grote meerderheid van de wereldbevolking wordt gevoed door de intensieve landbouw.

Beter Leven keurmerk; duurzaam, milieu- of diervriendelijk?
José Jochemsen – advocaat Dirkzwager

Er is een trend zichtbaar richting biologisch en duurzaam vlees. De Partij van de Arbeid meent dat milieucriteria gekoppeld dienen te worden aan het Beter Leven keurmerk. Reden genoeg om eens in te gaan op de termen biologisch, duurzaam en het Beter Leven keurmerk.

Duurzaam containerbegrip
Duurzaamheid is door de jaren heen een containerbegrip geworden. Uit het rapport “Our Common future” blijkt dat de World Commission on environment and Development van de Verenigde Naties de volgende definitie heeft gekoppeld aan het begrip duurzaamheid;

“Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”

De huidige behoeften van de mensheid wordt vertaald op een wijze dat de mensen, het milieu of de economie in de toekomst niet het gevaar lopen zonder te zitten.

Biologisch: strenge regels
De term biologisch heeft betrekking op de landbouwmethode waarop ons voedsel tot stand gekomen is. Aan de biologische landbouw en veehouderij zijn strenge regels gesteld inzake de omgang met het milieu en de natuur en dierenwelzijn. Regels waaraan iedereen die biologische voeding produceert, zich moet houden. Biologische boeren gebruiken vrijwel geen chemische of synthetische bestrijdingsmiddelen. Voor de bestrijding van schimmels en schadelijke insecten maken de boeren gebruik van zogenaamde natuurlijke vijanden zoals bijvoorbeeld vogels. Bij biologische boeren ligt de nadruk vooral op het voorkomen van ziektes. In plaats van kunstmest gebruiken de boeren gewone mest die vaak ook nog eens afkomstig is van hun eigen boerenbedrijf. Daarmee is de biologische kringloop weer rond.

Biologische boeren houden zo veel mogelijk rekening met het natuurlijke gedrag van dieren. Zo kan een biologische zeug in de modder wroeten, lopen biologische koeien zo veel mogelijk in de wei en kunnen biologische kippen buiten scharrelen. Bovendien worden er zo min mogelijk ingrepen gepleegd op de dieren. Dat betekent dat een biologische kip zijn snavel houdt en een varken zijn staart en niet de scherpe hoeken van de tanden worden gevijld. Als een dier ziek is, krijgt het dier ook in de biologische sector medicijnen.

Biologisch en duurzaam geen synoniemen
In Nederland wordt nog altijd het begrip biologisch en het begrip duurzaam gebruikt als synoniemen van elkaar. Ten onrechte. Biologisch wil immers niet per definitie zeggen milieuvriendelijk. Uit het in november 2016 gedane voorstel door de Partij van de Arbeid blijkt dat ook dat duurzaam niet per definitie wil zeggen milieuvriendelijk. Het voorstel hield in milieucriteria te koppelen aan het Beter Leven keurmerk; een duurzame wijze van houden van vee. Op die manier zouden consumenten makkelijker kunnen kiezen voor dier- en milieuvriendelijke producten. De ingediende motie tot verbreding van het Beter Leven keurmerk met milieucriteria is op 29 november 2016 echter verworpen. Onder meer omdat de effecten van het opnemen van milieumaatregelen in het Beter Leven keurmerk (nader) moeten worden onderzocht, voordat er daadwerkelijk maatregelen komen. Een begrijpelijke keuze, nu maatregelen die zien op een verhoging van de kwaliteit van het leven van productiedieren, niet ook per definitie milieuvriendelijk(er) zijn.

Beter Leven keurmerk
beterlevenMet het Beter Leven keurmerk zet onder meer de Dierenbescherming zich in voor de veehouderij in Nederland. De Dierenbescherming verbindt haar naam aan onder meer vlees, aangezien ongeveer 95% van de Nederlanders fan is van vlees. De Dierenbescherming wil er ook zijn voor deze productiedieren. Het keurmerk stimuleert veehouders, slachterijen en supermarkten om de meer dan 450 miljoen productiedieren in Nederland boven het wettelijk vastgelegde minimumniveau van dierenwelzijn te houden. Dit zijn zogenaamde bovenwettelijke eisen voor het houden, verzorgen en vervoeren van onder meer koeien, varkens en kippen. Hoe meer sterren een product krijgt, hoe hoger het dierenwelzijn ligt ten opzichte van de wettelijke standaard. Het Beter Leven keurmerk ziet dus op de kwaliteit van leven van productiedieren.

Dat varkensvlees drie sterren scoort op grond van het Beter Leven keurmerk, betekent niet per definitie dat het geproduceerde varkensvlees ook beter is voor het milieu. Hierbij dient onder meer gedacht te worden aan de verhoogde emissie fijnstof, ammoniak en geur. Of omdat een biologische boer die geen kunstmest gebruikt, gebruik moet maken van andere meststoffen, waarvoor extra landbouwgrond nodig is. Het klinkt misschien vreemd, maar juist de intensieve landbouw heeft ook ecologische voordelen. De intensieve landbouw maakt het mogelijk om bijvoorbeeld dubbel zoveel graan te produceren ten opzichte van de jaren 60 op een vrijwel gelijkblijvende oppervlakte. Door de intensieve landbouw kan de totale wereld bevolking van zes miljard mensen worden gevoed. Wat als de intensieve landbouw wordt omgeschakeld naar biologische landbouw? In de meest optimistische schatting heeft dat tot gevolg dat de hele Amazone of het Congobassin moet worden omgeploegd.

Grote uitdaging
In ieder geval wordt met een keurmerk als het Beter Leven een goede stap in de richting gezet van duurzaam geproduceerd voedsel. Het koppelen van milieucriteria aan het keurmerk lijkt nog een stap te ver. Het is immers zo dat als je kippen en varkens meer ruimte geeft en buiten laat lopen (en dus hoog scoort qua Beter Leven keurmerk), er een verhoogde uitstoot van fijnstof en ammoniak is (en dus laag scoort qua milieuvriendelijkheid).

Het duurzaam produceren van voedsel is voor onze generatie een van de grootste uitdagingen. Op 26 januari 2017 vindt de Nationale voedseltop plaats, waarbij het bedrijfsleven en andere betrokken partijen spreken over de transitie van het voedselsysteem gericht op duurzaamheid en gezondheid. Het idee is dat Nederland over vijf tot tien jaar wereldwijd de onbetwiste koploper zal zijn in gezonde en duurzame voeding. Voedsel moet worden geproduceerd met een zo laag mogelijke uitstoot van broeikasgassen en met het laagste gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica. Daarin heeft de landbouwsector in Nederland nog een flinke stap te maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels